Het is zover: dit boek is af. Het is een ongelooflijk boeiend proces geweest en er is heel wat werk aan voorafgegaan. Ik neem hier graag even ruimte om kort te schetsen hoe dit boek tot stand is gekomen. Want zo’n werk klaar je nooit alleen. ​ Het begon allemaal met m’n thesisonderzoek in de spel- en ontmoetingsplaats in Baboes in 2009. Dit verhaal kreeg een uitgebreid vervolg tijdens het schrijven aan mijn doctoraatsonderzoek. Ik kreeg de kans met zeer diverse gezinnen en medewerkers in gesprek te gaan over wat die kleine ontmoetingen betekenen op het vlak van samen-leven: in een gezin, in voorzieningen, in de bredere samenleving.

In een van die gesprekken verwoordde een moeder het belang van ruimte om ‘zo eens even hier zo te zijn’. Wat voor mij aanvankelijk een banale uitspraak leek, won gaandeweg alsmaar meer aan betekenis. Ik leerde veel uit die ontmoetingen, niet in het minst over mezelf en het leven. De confrontatie met de ander en met mezelf leerde me de waarde kennen van gewoon even mogen zijn, zonder allerlei zaken te moeten of steeds weer te voldoen aan een (extern) bepaalde norm. ​

Mijn oprechte dank gaat uit naar alle gezinnen, ouders en kinderen van wie ik mocht leren wat het betekent om de ander, die soms net een beetje anders is, te ontmoeten. Zo snel het vertrouwen krijgen van deze gezinnen was mogelijk dankzij de openheid en medewerking van de verschillende spel- en ontmoetingsinitiatieven betrokken in dit onderzoek: De Speelbrug, het Speelhuis, Mut de Muis, Tatertuin, Baboes en de Speelbabbels. En tevens de twee kinderdagverblijven Kiekeboe en Tierlantuin waar ik intensief mocht observeren en in gesprek kon gaan met de volledige teams.

Gelukkig kon ik tijdens dit intense zoekproces rekenen op een aantal belangrijke compagnons, mensen die me steeds weer uitdaagden om tot de kern te komen. Mijn waardering gaat uit naar de collega’s van de vakgroep Sociaal Werk & Sociale Pedagogiek (Universiteit Gent) en VBJK (Centrum voor Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen) alsook een aantal (inter)nationale collega’s. In het bijzonder bedank ik prof. Michel Vandenbroeck voor zijn niet-aflatende steun bij mijn schrijfzoektocht. Soms met een kritische blik, maar evenzeer met uitgesproken waardering. ​

Als kers op de taart kreeg ik de kans om samen met VBJK de essentie van dit uitgebreide wetenschappelijk onderzoek concreet te vertalen naar de praktijk: waarom en hoe werk maken van ontmoeting in een initiatief voor jonge kinderen? De Dienst Kinderopvang (DIKO) Stad Gent vroeg om een praktisch draaiboek te ontwikkelen voor hun opvanginitiatieven en dit te proefdraaien in twee kinderdagverblijven, het Kriebelhuis en de Woelmuis. Dankzij hen kon deel IV uitgroeien tot een sterk onderbouwde leidraad met praktische oefeningen. Opnieuw mocht ik een warm enthousiasme ervaren bij de medewerkers en verantwoordelijken in beide teams om samen te zoeken en te experimenteren. Ik had het voorrecht dit traject samen met Liesbeth Lambert en Inne Hemeryck te ontwikkelen en hier ontzettend veel plezier aan te beleven en steun uit te halen. Dank dames!. ​

Kortom, heel wat pluimen uit te delen. Te veel mensen om bij naam te noemen. Maar enkel dankzij elk van hen is dit boek wat het geworden is. De pluimen maken de vogel. En deze vogel is klaar om uit te vliegen…