Social distancing

Waarom we geen afstand mogen nemen van ‘het sociale’.

Net op het moment dat ontmoeting faciliteren een onomstotelijke pijler werd op veel plekken in de kinderopvang en gezinsondersteuning (zowel in beleid als praktijk), belandden we in een anderhalve-meter-samenleving. Een samenleving waarin we spreken over social distancing terwijl we physical distancing (fysieke afstand) bedoelen. Een groot misverstand als je het mij vraagt. Want eerlijk waar, ik ben ervan overtuigd dat we ‘het sociale’ meer dan ooit zullen nodig hebben om goed en wel uit deze crisis te komen.

Het is wij samen

Ik maak me wel eens zorgen, zo af en toe, als ik observeer welke impact sommige maatregelen hebben op de sociale cohesie in buurten. Op ons gevoel van ‘het is wij samen’. Op de netwerken van steun waar mensen al dan niet nog beroep op kunnen en mogen doen.

Ik maak me zorgen om de ruimte die er nog is om elkaar van mens tot mens te ontmoeten. En om dat in groep te mogen doen. De dynamiek verandert namelijk naarmate er meer mensen deel gaan uitmaken van een gedeeld moment van tijdelijk samenzijn. Er is ontstaat ook meer diversiteit, wat ik als een verrijking beschouw.

Ik maak me dan ook zorgen om de polariteit die ik zie ontstaan. Om het wij-zij denken. Om de vragen die wel en niet meer mogen gesteld worden. Om de censuur en het (ver)oordeel(en) van kritische stemmen. Terwijl net dat een eigenschap zou zijn van leven in een democratie, toch?

Het nieuwe normaal voor de toekomst of een eeuw terug in de tijd? (foto genomen maart 2021)

Terug naar af?

Ik kan niet anders dan fronsen als ik een jonge peuter door het raam van de opvang overhandigd zie worden. Dat beeld katapulteert me terug in de tijd, zo’n eeuw geleden toen kinderen door zo’n doorgeefluik werden afgegeven in de opvang. Volledig uitgekleed, klaar om hun temperatuur op te meten en hen te wassen vooraleer ze bij de andere kinderen werden gebracht. Om medische redenen. Uit veiligheidsoverwegingen.

Naarmate de tijd vorderde, (her)ontdekten we het belang van het psychisch en emotioneel welzijn van jonge kinderen en gingen we actief inzetten op pedagogisch kwalitatieve zorg. Nog wat later kwam er ook ruimte voor het bredere milieu waarin jonge kinderen opgroeien en mede ge-social-iseerd worden. De zo belangrijke sociale functie van basisvoorzieningen voor jonge kinderen kreeg de nodige aandacht. Want kinderen groeien niet op in een vacuüm, een levenloze plek onttrokken aan de chaos dat Leven heet… Neen, ze leren net wat het betekent om samen-te-leven in het alledaagse samen-leven: samen dingen doen, samen ontdekken, samen plezier maken, samen botsen, samen eten, samen zingen, … zowel met leeftijdsgenoten als met bekende en onbekende volwassenen. Dit samen leven werd op veel plekken steeds meer geïntegreerd in de opvang.

Elkaar tegenkomen ≠ elkaar ontmoeten

Welke enorme waarde en betekenis er ligt in dit samen-zijn, mocht ik persoonlijk horen van tientallen gezinnen en medewerkers. Ik mocht het ook met eigen ogen observeren gedurende vele uren op de werkvloer — daar waar mensen elkaar tegenkomen en bij momenten elkaar ook ontmoeten.

Elkaar tegenkomen, biedt echter niet vanzelfsprekend garantie op elkaar ook werkelijk ontmoeten. Dat hangt namelijk nauw samen met de verschillende scripts die operationeel zijn.

Zo is er het script van beleefde vermijding (waarbij je elkaar de nodige privacy gunt op een openbare plek) of het script van stille aanwezigheid (zoals in een bibliotheek waar stilte een hoog goed is) of het script van de poortwachter (waarbij een poort kinderen veilig binnenhoudt maar soms onbedoeld ouders ook buitenhoudt), enzovoort.

Die scripts waren lange tijd vooral subtiel aanwezig, vaak onuitgesproken, eerder impliciet. Met behulp van een aantal observatiematerialen uit mijn boek gingen steeds meer teams aan de slag met het lezen van de scripts in hun eigen dagelijkse werking. Zo kwamen ze er achter hoe ouders feitelijk kunnen en mogen (of net niet kunnen en niet mogen) aanwezig zijn in hun voorziening. En welke impact dit heeft op het al dan niet mogelijk maken van spontane kleine ontmoetingen tussen gezinnen.

De ruimte als derde opvoeder? M'n zoon meet of de lijnen anderhalve meter van elkaar staan.

Het anderhalve-meter-script

Intussen werd het maatschappelijke script zo expliciet en grondig gewijzigd, dat ik nog maar een paar woorden en beelden nodig heb om mensen ervan bewust te maken dat er zoiets als een script, namelijk een set van regels over hoe je te bewegen in de sociale ruimte, bestaat.

Dat brengt me weer bij de social en physical distancing die ons vandaag wordt opgelegd. Tal van ingrepen in de fysieke ruimte (affiches, hekkens, bollen, pijlen en lijnen, …) beïnvloeden ook de sociale ruimte waarin we ons nog kunnen en mogen bewegen.

En die ruimte is wel zeer beperkt geworden. Zo beperkt dat ik me soms afvraag in hoeverre voorzieningen die met mensen werken, überhaupt nog wel menselijk kunnen werken. Of er van ons niet verwacht wordt dat we naast ons verstand, ook ons gevoel op nul zetten. Ik heb zo’n vermoeden dat dat niet zo gezond is, noch voor ons als mens, noch voor onze samenleving.

Enkel toegang voor de kinderen, geen ouders meer binnen de schoolmuren...

Ongewoon gewoon

Eén van de zaken die me daarin verontrust is dat we spreken over ‘het nieuwe normaal’ en het ongewone gewoon beginnen vinden. Of om het met de woorden van een kindbegeleider te zeggen: "ik begin het al gewoon te vinden, wat ik eigenlijk niet oké vind van mezelf".

Ook ik, met mijn focus op het belang van sociale steun en sociale cohesie, merk dat mijn kinderen afzetten aan de schoolpoort (de gezellige ochtenddrukte in de schoolgangen wordt ons intussen al enkele maanden volledig ontzegd) best wel tijds-efficiënt is.

Geen gedoe meer met fietsen op slot zetten, boterhamdozen in de juiste frigo steken, kinderen tot aan de klasdeur brengen, … Maar daarmee ook geen praatjes meer met vroegere leerkrachten, elkaar helpen met gevallen mutsen, deuren openhouden voor elkaar, andere (groot)ouders letterlijk tegen het lijf lopen, … En dus toch wel een voelbaar gemis aan sociaal contact, small-talk en het opbouwen van ervaringen en contacten die ook op een later tijdstip van nut blijken.

Ruimte voor ont-moeting

Ik hoop maar dat we het chaotische, het onverwachte, het minder gestructureerde, het niet zo gekuiste / propere / gereguleerde zeer binnenkort weer gaan omarmen als essentieel onderdeel van Het Leven. Van leven. Echt leven.

In tussentijd creëer ik graag ruimte voor ontmoeting. Ruimte om vragen te stellen en samen te zoeken naar wat het betekent om zorg te dragen voor kinderen, zorg te dragen voor elkaar in een tijd waarin sociale relaties onder druk komen te staan.

Ik ben totaal geen Zoom’er, maar op dit moment lijkt dat me toch het meest aangewezen platform om elkaar te zien en gezien te worden, te horen en gehoord te worden. Een paar fundamentele basisbehoeften zowaar.

IK ONTMOET JE GRAAG

Dinsdag 11 mei 13u-13u40

Link: https://zoom.us/j/99716036061?pwd=OFRQN3IwZlY3eWpRRnUydU0wVDRsQT09

Paswoord (indien nodig): ontmoeten

Je bent welkom om zelf vragen en voorbeelden in het moment in te brengen, ervaringen uit te wisselen of om gewoon te komen luisteren naar wat er gedeeld wordt.

Deelname is gratis en zonder inschrijving (plaatsen zijn wel beperkt, dus sluit tijdig aan).

Hartelijke groet,

Naomi

>> naar homepagina

“Na een eeuw van efficiënter, sneller en glimmender is het tijd om te investeren in ontwerppraktijken die verbinden”

Meld je aan

Ontvang m'n schrijfsels & invites zo nu en dan in je mailbox

    Ik draag zorg voor je privacy en uitschrijven kan altijd!