Een voorziening die ontmoetingen faciliteren onderdeel maakt van de missie laat dit niet aan het toeval over. Het perspectief op de eigen professionele rol bepaalt mede de ruimte waarin geëxperimenteerd kan worden met verschillende rollen. Die ruimte ligt niet alleen bij medewerkers in de groep, maar hangt samen met percepties en intenties op teamniveau in de organisatie, evenals met bredere opvattingen in de samenleving over welke rollen voorzieningen voor jonge kinderen kunnen opnemen.

Ontmoeting faciliteren tussen diverse gezinnen is mógelijk, het is zelfs wénselijk, maar het gaat niet altijd vanzelf. Dat leren we uit de verslagen van de spel- en ontmoetingsplaats Baboes, de observaties in de kinderdagverblijven en de gesprekken met ouders die deze voorzieningen bezoeken.

​ Maar hoe moet het dan verder? ​ Wat betekent het om als voorziening voor jonge kinderen werk te maken van sociale steun en sociale cohesie? Want dat kun je wel zeggen: ontmoeting bevorderen is écht werken.

De metafoor van de koffie illustreert hoe ‘eenvoudig complex’ inzetten op ontmoeting is. Een expert in koffie schenken, ben je namelijk niet zomaar. De koffie symboliseert de aandacht voor het sociale, het letterlijk en figuurlijk openhouden van de ruimte. In het boek gaan we in op het onderscheid tussen enerzijds de inrichting en anderzijds de beleving en het gebruik van de ruimte. Hoe een ruimte bedoeld is en hoe ze gebruikt wordt, stemt niet altijd met elkaar overeen. De centrale vraag is: wat is je rol in het verzorgen en ‘bewaken’ van die ruimte?

Ten slotte gaan we dieper in op enkele thema’s voor verdere discussie:

  • Moeten informele ontmoetingen spontaan gebeuren?
  • Zijn ze een verantwoordelijkheid van ieder individu?
  • Welke professionals* zijn er nodig om ontmoetingen te faciliteren? Welke rollen vervullen zij? En breder, welke rol spelen (voor)schoolse voorzieningen op het vlak van sociale steun en sociale cohesie?

* Onder professionaliteit wordt hier verstaan: het bewust en actief aandacht schenken aan het mogelijk maken van ontmoetingen tussen gezinnen. We geloven dat deze opdracht best wel wat deskundigheid vraagt van medewerkers, zij het dan een deskundigheid op vlak van intermenselijke relaties. In dat opzicht kan evengoed een vrijwilliger deze vorm van professionaliteit ontwikkelen. Het is met andere woorden niet iets dat we louter gelijkstellen aan een diploma of een betaalde functie. Wel iets dat vraagt om het ontwikkelen van reflectie op het eigen denken en handelen in relatie tot de gezinnen waarmee men werkt. Dit betekent dat we een groot voorstander zijn van de mogelijkheid – en zelfs noodzaak – tot intervisie met collega’s om de ruimte voor ontmoeting steeds weer open te houden. In het boek tonen we dan ook heel wat wegen om het eigen denken, zeggen en doen onder de loep te nemen.